Wat is situationeel leiderschap? Het model uitgelegd
Als leider heb je vast gemerkt dat een aanpak die wonderen verricht bij de ene medewerker, totaal niet werkt bij de ...
Situationeel leiderschap, dienend leiderschap, coachend leiderschap, authentiek leiderschap… Wie zich verdiept in leiderschap komt al snel terecht in een oerwoud aan leiderschapsstijlen. En er komen er steeds meer bij.
We spreken inmiddels ook over verbindend, inclusief, systemisch, vitaal, paradoxaal en zelfs leiderschap met ballen. Alsof je als leidinggevende iedere ochtend voor de kledingkast staat en denkt:
“Vandaag trek ik mijn coachende leiderschapsstijl aan. Morgen ga ik voor een beetje authentiek met een vleugje dienend.”
Zo werkt het natuurlijk niet.
Een leiderschapsstijl is de herkenbare manier waarop je medewerkers aanstuurt, besluiten neemt, communiceert en verantwoordelijkheid verdeelt. De meeste leidinggevenden gebruiken meerdere stijlen. Welke aanpak effectief is, hangt af van de medewerker, het werk, het team en de situatie.
Maar er is nog een belangrijkere vraag:
Waarom volgen medewerkers jou eigenlijk?
Bij Per4mance kijken we daarom niet alleen naar leiderschapsstijlen, maar ook naar de zes niveaus van leiderschap. Een stijl beschrijft vooral wat je doet. Het leiderschapsniveau laat zien welk effect jouw gedrag heeft en waarom medewerkers bereid zijn jou te volgen.
In dit artikel beantwoorden we de volgende vragen:
Een leiderschapsstijl is de manier waarop een leidinggevende richting geeft, medewerkers beïnvloedt en omgaat met taken, relaties, beslissingen en verantwoordelijkheden.
De stijl wordt zichtbaar in het dagelijkse gedrag.
Vertel je medewerkers precies wat zij moeten doen? Vraag je eerst naar hun ideeën? Neem je problemen over of help je medewerkers om ze zelf op te lossen? Neem je beslissingen alleen of betrek je het team? Ben je vooral gericht op prestaties, ontwikkeling, relaties of de gezamenlijke missie?
Je leiderschapsstijl is dus niet wat jij tijdens een training hebt opgeschreven. Het is wat medewerkers iedere dag van jou ervaren.
Veel leidinggevenden zien zichzelf als coachend en mensgericht. Ondertussen komen medewerkers bij ieder probleem bij hen langs, worden alle voorstellen aangepast en moet voor iedere beslissing toestemming worden gevraagd.
Dan kun je jezelf coachend noemen, maar ervaren medewerkers toch vooral controle. Goede intenties zijn belangrijk. Uiteindelijk telt het effect.
Er bestaan tientallen leiderschapsstijlen. De bekendste zijn situationeel, dienend, coachend, authentiek, transactioneel, directief, democratisch, verbindend en transformationeel leiderschap.
Sommige stijlen beschrijven concreet gedrag. Andere gaan vooral over een overtuiging, persoonlijkheid of manier van organiseren.
Zo is directief leiderschap duidelijk herkenbaar gedrag: de leidinggevende geeft instructies en neemt beslissingen. Persoonlijk leiderschap gaat juist niet over de manier waarop je anderen aanstuurt, maar over de regie die je over jezelf neemt.
Ook effectief leiderschap is niet echt één stijl. Het is het resultaat van gedrag dat in een bepaalde omgeving werkt.
Hieronder bespreken we de bekendste leiderschapsstijlen, de voordelen, de valkuilen en de koppeling met de zes niveaus van leiderschap zoals we die uitdragen vanuit Per4mance.
Situationeel leiderschap betekent dat je jouw manier van leidinggeven aanpast aan de medewerker, de taak en de omstandigheden. Een onervaren medewerker heeft meer uitleg en sturing nodig dan een ervaren medewerker die de taak al jarenlang uitvoert.
Het model werd ontwikkeld door Paul Hersey en Ken Blanchard. Zij maakten onderscheid tussen vier manieren van aansturen:
Bij een nieuwe of onervaren medewerker geef je duidelijke uitleg en controleer je vaker. Naarmate de kennis, motivatie en zelfstandigheid toenemen, kun je meer loslaten.
Dat klinkt logisch. Toch wordt situationeel leiderschap regelmatig verkeerd gebruikt. We schreven al eerder een artikel over situationeel leiderschap. Lees hier het uitgebreide artikel.
Situationeel leiderschap werkt goed als medewerkers duidelijk verschillen in ervaring, vakkennis, zelfvertrouwen of motivatie.
Stel, twee medewerkers krijgen dezelfde nieuwe taak.
De eerste medewerker doet dit werk al jaren en heeft alleen duidelijkheid nodig over het gewenste resultaat. De tweede medewerker is net begonnen en weet nog niet welke stappen nodig zijn.
Beide medewerkers exact hetzelfde aansturen is dan niet eerlijk of effectief.
De ervaren medewerker kan geïrriteerd raken door uitgebreide instructies en controles. De nieuwe medewerker kan juist onzeker worden als hij zonder begeleiding aan zijn lot wordt overgelaten.
De belangrijkste valkuil is dat leidinggevenden hun eigen controledrang presenteren als een bewuste aanpassing aan de situatie.
“Mijn medewerkers hebben nu eenmaal veel sturing nodig.”
Dat kan waar zijn. Maar het kan ook betekenen dat jij jarenlang ieder probleem hebt overgenomen en nauwelijks hebt geïnvesteerd in hun ontwikkeling.
Tijdens een groot evenement kan directief leiderschap heel passend zijn. De activiteit vindt één keer per jaar plaats, veel medewerkers zijn onervaren en er is weinig tijd voor uitgebreid overleg. Dan waarderen medewerkers het als een paar mensen kordaat beslissingen nemen.
Maar als jouw medewerkers iedere week hetzelfde werk uitvoeren en jij je nog steeds met alle details bemoeit, kun je je niet blijven verstoppen achter: “De situatie vraagt erom.”
Dan is er mogelijk geen sprake van situationeel leiderschap, maar van slecht leiderschap.
Een leidinggevende op een hoger niveau kan gedrag uit alle onderliggende niveaus bewust inzetten.
Soms moet je de baas zijn en een grens trekken. Soms is inhoudelijke uitleg nodig. Soms moet je verbinding maken, coachen of inspireren.
De kunst is dat je bewust kiest wat nodig is, zonder steeds van persoonlijkheid te veranderen.
Dienend leiderschap betekent dat de leidinggevende het functioneren, de ontwikkeling en het welzijn van medewerkers centraal stelt. De leider gebruikt zijn positie niet om zelf belangrijker te worden, maar om anderen sterker te maken. In het Engels spreekt men van Servant Leadership.
Een dienende leider vraagt:
Dienend leiderschap draait dus niet om de leider als grote held. De leider zorgt ervoor dat het team steeds minder afhankelijk van hem wordt.
Een dienende leider:
Stel, medewerkers lopen al maanden tegen een onnodige administratieve procedure aan. Een dienende leider zegt niet alleen dat hij hun frustratie begrijpt. Hij onderzoekt waarom de procedure bestaat, zoekt contact met de juiste afdelingen en probeert het probleem daadwerkelijk op te lossen.
Dienen betekent dus niet alleen vriendelijk en ondersteunend zijn. Het vraagt ook invloed en daadkracht.
Dienen wordt soms verward met alles voor medewerkers doen.
De leidinggevende neemt problemen over, beschermt het team tegen iedere vorm van druk en probeert iedereen tevreden te houden. Uiteindelijk werkt de leidinggevende zich een slag in de rondte en worden medewerkers steeds afhankelijker.
Een dienende leider vraagt niet: “Hoe kan ik dit voor jou oplossen?”, maar eerder: “Wat heb jij nodig om dit uiteindelijk zelf te kunnen oplossen?”
Dienend leiderschap sluit vooral aan op niveau 5: de coachende leider.
Medewerkers volgen een coachende leider omdat hij zichtbaar in hun ontwikkeling investeert. De leidinggevende stelt vragen, deelt kennis, geeft feedback en draagt verantwoordelijkheid over.
Dienen zonder duidelijke richting en resultaatgerichtheid kan echter blijven steken op niveau 3: de teamspeler die betrokken en aardig is, maar te weinig voor elkaar krijgt.
Een dienende leider moet dus niet alleen warmte creëren. Er blijft ook scoringsdrang nodig. Dienend Leiderschap is dus zeker geen soft leiderschap.
Coachend leiderschap betekent dat je medewerkers helpt om zelfstandig na te denken, beslissingen te nemen en zich verder te ontwikkelen. Je geeft niet automatisch het antwoord, maar stimuleert medewerkers om eerst zelf naar oplossingen te zoeken.
De ontwikkeling van medewerkers staat centraal.
Een coachende leider:
Een medewerker komt met een probleem bij zijn leidinggevende. De traditionele reactie is: “Dat moet je zo en zo aanpakken.”
De coachende leider stelt eerst vragen:
Misschien duurt het gesprek tien minuten langer. Maar de kans is groot dat de medewerker bij het volgende probleem minder snel naar de leidinggevende loopt. Je kunt dit dus niet zien als tijdverlies, maar eerder als investering.
Onze trainer en adviseur Frits Galle schreef eerder deze blog over de toepassing van Coachend Leiderschap. Lees hier de blog.
Coachend leidinggeven betekent niet dat je op iedere vraag reageert met:“Wat denk je zelf?” Soms weet een medewerker het werkelijk niet. Dan heeft hij uitleg, instructie of een duidelijke beslissing nodig.
Een andere valkuil is dat coachvragen worden gebruikt om medewerkers alsnog naar het antwoord van de leidinggevende te duwen.
De leidinggevende blijft vragen stellen totdat de medewerker eindelijk zegt wat hij zelf al vanaf het begin wilde horen. Dat wordt onterecht gezien als coachen.
Coachend leiderschap vraagt oprechte nieuwsgierigheid, goed luisteren en de bereidheid om te accepteren dat een medewerker voor een andere oplossing kiest dan jij.
Coachend leiderschap sluit rechtstreeks aan op niveau 5: de coachende leider.
De zes niveaus stapelen zich op. Voordat medewerkers jou als coachende leider ervaren, moet er voldoende kennis, verbinding en impact zijn. Alleen een cursus coachvragen volgen is niet genoeg. Onze 3-daagse training Coachend Leiderschap richt zich volledig op de kennis en vaardigheden om een goede coachende leider te worden.
Persoonlijk leiderschap betekent dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen gedrag, gedachten, emoties, keuzes en ontwikkeling. Het is daarmee geen gewone leiderschapsstijl, maar een voorwaarde om effectief leiding te kunnen geven aan anderen.
Je kunt pas leidinggeven aan medewerkers als je ook in staat bent om jezelf te leiden.
Dat betekent onder meer dat je:
Een leidinggevende die onder druk onvoorspelbaar wordt, beïnvloedt direct de hele afdeling.
De ene dag is alles mogelijk. De volgende dag wordt op iedere slak zout gelegd. Medewerkers gaan voorzichtig opereren en besteden steeds meer energie aan het inschatten van het humeur van hun leidinggevende.
Goed leiderschap begint daarom altijd bij jezelf.
Niet door ieder gevoel te onderdrukken of te doen alsof alles geweldig gaat. Wel door te onderzoeken:
Ik schreef al eerder een artikel over persoonlijk leiderschap. Lees hier het artikel.
Persoonlijk leiderschap is nodig op ieder niveau. Zonder zelfinzicht kan een baas doorslaan in autoritair gedrag. Een kundige baas kan een micromanager worden. Een teamspeler kan confrontaties vermijden omdat hij aardig gevonden wil worden.
Hoe hoger het leiderschapsniveau, hoe belangrijker het wordt om jouw ego, emoties en behoefte aan controle te herkennen.
Om sterk persoonlijk leiderschap te ontwikkelen, bieden wij de verdiepende training Persoonlijk Leiderschap aan. In deze training leer je op een diep niveau meer over jezelf, hoe je bent gevormd en waarom je doet wat je doet. Je ervaart op een diep persoonlijk niveau hoe het is om het stuur in eigen handen te nemen.
Effectief leiderschap is leiderschap dat zorgt voor de gewenste resultaten én bijdraagt aan motivatie, verantwoordelijkheid en ontwikkeling. Het is daardoor niet één specifieke stijl.
Een leidinggevende kan in een crisissituatie effectief directief zijn en in een ontwikkelgesprek effectief coachend.
De vraag is steeds: “Wat is het effect van mijn gedrag?”
Hard werken maakt je niet automatisch een effectieve leider. Veel leidinggevenden werken ontzettend hard doordat zij alle problemen oplossen en beslissingen naar zich toe trekken.
Het resultaat? De leidinggevende heeft het druk en medewerkers nemen weinig verantwoordelijkheid. Dat is misschien actief leiderschap, maar niet bijzonder effectief.
Leiderschap is effectief als medewerkers:
Effectiviteit gaat dus niet alleen over de resultaten van deze maand. Het gaat ook over de vraag of het team op lange termijn sterker wordt.
Binnen Per4mance begint goed en effectief leiderschap vooral vanaf niveau 4.
Op niveau 1 volgen medewerkers je omdat je de baas bent. Op niveau 2 vanwege jouw kennis. Op niveau 3 vanwege de persoonlijke relatie.
Vanaf niveau 4 combineert de leider kennis en verbinding met impact en resultaat. Op niveau 5 en 6 wordt die impact groter doordat medewerkers zich ontwikkelen en zich verbonden voelen aan een betekenisvolle missie.
Een effectieve leider combineert zelfkennis met stijlflexibiliteit: je herkent je eigen valkuilen, past je aanpak bewust aan op de medewerker en situatie, en vraagt structureel om feedback op het effect van je gedrag op anderen. Dat ontwikkel je niet in een weekend, maar met gerichte oefening en begeleiding, bijvoorbeeld in de training Effectief Leiderschap van Per4mance.
Authentiek leiderschap betekent dat je leidinggeeft vanuit jouw eigen waarden, overtuigingen en persoonlijkheid. Je doet jezelf niet anders voor dan je bent en je gedrag sluit aan op waar je werkelijk in gelooft.
Een authentieke leider:
Authenticiteit draagt bij aan vertrouwen. Medewerkers merken het snel als een leidinggevende een aangeleerd trucje uitvoert.
Authentiek zijn betekent niet dat je al jouw onhandige gedrag hoeft te koesteren.
“Ik ben nu eenmaal direct.” “Ik ben gewoon niet zo van de complimenten.” “Mensen weten dat ik soms wat chagrijnig ben.”
Dat kan allemaal authentiek zijn. Het maakt het gedrag nog niet effectief.
Je kunt heel authentiek dominant, besluiteloos, chaotisch of bot zijn. Jezelf zijn is geen excuus om niet te groeien.
Authentiek leiderschap betekent dat jouw gedrag past bij wie je bent, maar ook dat je verantwoordelijkheid neemt voor het effect op anderen.
Authenticiteit is belangrijk op ieder niveau, maar vormt op zichzelf geen leiderschapsniveau.
Medewerkers volgen je niet alleen omdat je lekker jezelf bent. Ze kijken ook of je kennis hebt, verbinding maakt, resultaten realiseert, in hen investeert en ergens voor staat.
Transactioneel leiderschap is gebaseerd op duidelijke afspraken over taken, prestaties, beloningen en consequenties. De relatie tussen leidinggevende en medewerker heeft als het ware de vorm van een transactie: jij levert een afgesproken prestatie en daar staat iets tegenover.
Een transactionele leider:
Transactioneel leiderschap kan nuttig zijn in omgevingen waarin voorspelbaarheid, veiligheid, kwaliteit en duidelijke resultaten belangrijk zijn.
De kracht is helderheid.
Medewerkers weten:
Dat is veel beter dan een leidinggevende die vaag blijft en achteraf zegt dat hij iets anders had verwacht.
De relatie kan beperkt blijven tot: “Jij levert en ik betaal.”
Medewerkers doen wat nodig is om aan de afspraken te voldoen, maar voelen weinig motivatie om extra verantwoordelijkheid te nemen, met ideeën te komen of zichzelf uit te dagen.
Als iedere inspanning een directe beloning moet opleveren, ontstaat er geen echte betrokkenheid.
Transactioneel leiderschap sluit vooral aan op niveau 1 en 2.
De baas gebruikt zijn formele positie om duidelijkheid te creëren. De kundige baas voegt inhoudelijke kennis toe.
Deze basis is noodzakelijk. Maar voor meer motivatie, eigenaarschap en ontwikkeling zijn ook verbinding, impact, coaching en inspiratie nodig.
Transformationeel leiderschap betekent dat de leidinggevende medewerkers inspireert om boven hun directe eigenbelang uit te stijgen en samen een belangrijke verandering te realiseren. De leider schetst een aantrekkelijk toekomstbeeld en brengt mensen in beweging.
Een transformationele leider:
Transformationeel leiderschap is vooral relevant bij grote veranderingen. Denk aan een cultuurverandering, nieuwe strategie, verduurzaming of een grote technologische ontwikkeling.
Een groot verhaal is nog geen verandering. Sommige leiders zijn geweldig in het presenteren van een inspirerende toekomst, maar veel minder goed in het vertalen daarvan naar concrete afspraken en dagelijks gedrag.
Na een energieke bijeenkomst lopen medewerkers naar buiten met het gevoel: “Prachtig verhaal. Maar wat moeten we morgen nu anders doen?”
Een transformatie vraagt niet alleen inspiratie, maar ook duidelijke keuzes, voorbeeldgedrag, concrete acties en consequente opvolging.
Transformationeel leiderschap sluit vooral aan op niveau 6: de inspirerende leider.
Medewerkers volgen een inspirerende leider omdat zij geloven in de missie en daar zelf aan willen bijdragen. Dat werkt alleen als de onderliggende niveaus aanwezig zijn.
Een leider zonder kennis, verbinding of resultaten kan nog zo enthousiast spreken. Medewerkers zien dan vooral een dromer met een PowerPoint.
Verbindend leiderschap betekent dat je mensen, belangen en verschillende perspectieven bij elkaar brengt. De leider creëert relaties waarin medewerkers elkaar begrijpen, vertrouwen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.
Een verbindende leider:
Nee, dat is een misverstand. Echte verbinding betekent niet dat we voortdurend gezellig knikken en moeilijke onderwerpen vermijden. Juist wanneer er vertrouwen is, kunnen mensen stevig van mening verschillen zonder dat de samenwerking direct uit elkaar valt.
Een leidinggevende die elk conflict gladstrijkt, creëert geen verbinding. Hij belemmert zelfs een belangrijke stap om een succesvol team te worden: het kunnen voeren van constructieve conflicten. Pittige discussies zijn nodig om verder te komen als team.
Verbinding vraagt ook duidelijkheid:
Verbindend leiderschap begint op niveau 3: de teamspeler.
Op dit niveau ervaren medewerkers oprechte interesse en een persoonlijke klik. Voor duurzame verbinding zijn daarna ook niveau 4 en 5 nodig: resultaatgerichtheid, vertrouwen en ontwikkeling.
Alleen verbinding zonder scoringsdrang kan leiden tot een gezellig team waarin lastige zaken worden gedoogd. Warmte en scoringsdrang horen bij elkaar.
Directief leiderschap betekent dat de leidinggevende bepaalt wat er moet gebeuren en duidelijke instructies geeft. De leidinggevende neemt beslissingen en verwacht dat medewerkers deze uitvoeren.
Directief leiderschap kan passend zijn bij:
Stel dat er brand uitbreekt. Dan is dit niet het moment voor een participatieve sessie over ieders voorkeursroute naar buiten.
Iemand moet zeggen: “Stop met werken. Verlaat nu het gebouw via deze uitgang.”
Als medewerkers structureel directief worden aangestuurd, neemt hun zelfstandigheid af. Zij wachten op instructies, stoppen met meedenken en voelen weinig eigenaarschap.
De leidinggevende raakt vervolgens overtuigd dat hij wel directief móét blijven: “Zie je wel? Ze doen niets uit zichzelf.”
Als iedere situatie volgens jou om directief leiderschap vraagt, ligt het waarschijnlijk niet alleen aan de situatie.
Directief leiderschap sluit vooral aan op niveau 1: de baas. Dat niveau blijft ook voor hogere leiders beschikbaar. Een coachende of inspirerende leider moet soms gewoon een grens trekken.
Het verschil is dat medewerkers een leider op een hoger niveau niet alleen volgen vanwege zijn formele macht. Zij vertrouwen ook op zijn kennis, relatie, impact en intentie.
Democratisch of participatief leiderschap betekent dat medewerkers worden betrokken bij besluiten, verbeteringen en oplossingen. De leidinggevende gebruikt de kennis en ervaring van het team voordat een besluit wordt genomen.
Een participatieve leider:
Deze stijl kan de kwaliteit van besluiten verhogen en zorgt vaak voor meer draagvlak.
Nee. Medewerkers betrekken betekent niet dat iedereen over alles mag stemmen.
Soms vraag je om ideeën en neemt de leidinggevende daarna zelf het besluit. Soms beslist het team. En soms staat een besluit al vast en gaat het gesprek alleen nog over de uitvoering.
Wees daar vooraf eerlijk over.
Niets is zo frustrerend als een uitgebreide brainstorm organiseren terwijl de beslissing eigenlijk al genomen is. Dan heb je geen participatie georganiseerd, maar toneel.
Participatief leiderschap sluit aan op niveau 3 tot en met 5.
Je hebt verbinding nodig om medewerkers uit te nodigen. Je hebt niveau 4 nodig om uiteindelijk richting te bepalen en resultaten te boeken. En op niveau 5 gebruik je participatie om medewerkers zelfstandiger en beter te maken.
Gedeeld leiderschap betekent dat leiderschap niet uitsluitend bij één formele leidinggevende ligt, maar dat verschillende teamleden verantwoordelijkheid nemen op basis van hun kennis en rol.
De leidinggevende blijft meestal eindverantwoordelijk, maar hoeft niet bij ieder onderwerp voorop te lopen.
Bij een technisch probleem kan een ervaren specialist tijdelijk de leiding nemen. Bij een klantvraag neemt iemand van sales het voortouw. Bij een verbeterproject leidt een medewerker met veel proceskennis het team.
Gedeeld leiderschap benut meer kennis en talent binnen het team. Medewerkers ervaren meer invloed en eigenaarschap. De formele leidinggevende hoeft niet overal de slimste te zijn en kan zich richten op richting, samenwerking en ontwikkeling.
Onduidelijkheid. Wie neemt uiteindelijk een besluit? Wie bewaakt de voortgang? Wie spreekt iemand aan als afspraken niet worden nagekomen?
Gedeeld leiderschap werkt alleen met duidelijke kaders, rollen en verantwoordelijkheden. Als alles van iedereen is, is uiteindelijk niets van iemand.
Gedeeld leiderschap vraagt minimaal om niveau 4 en 5.
De leidinggevende moet voldoende vertrouwen en impact hebben om verantwoordelijkheid los te laten zonder de richting kwijt te raken. De coachende leider helpt medewerkers om steeds meer leiderschap over te nemen.
Informeel leiderschap ontstaat wanneer iemand invloed heeft zonder formeel leidinggevende te zijn. Collega’s luisteren naar deze persoon vanwege zijn kennis, persoonlijkheid, betrouwbaarheid of vermogen om mensen in beweging te brengen.
In vrijwel ieder team zijn informele leiders aanwezig.
Dat kan positief uitpakken. Een betrokken medewerker helpt collega’s, bewaakt afspraken en draagt de gewenste cultuur uit.
Het kan ook negatief uitpakken. Een ervaren medewerker kan iedere verandering afkraken en anderen overtuigen om vooral te blijven doen wat zij altijd deden.
Negeer ze in ieder geval niet. Onderzoek:
Een informele leider tegenwerken zonder zijn positie te begrijpen, zorgt meestal alleen voor meer weerstand.
Een informele leider heeft geen formele macht en begint dus niet automatisch bij niveau 1.
Zijn invloed ontstaat meestal vanuit niveau 2, 3, 4 of hoger: kennis, verbinding, impact, ontwikkeling of inspiratie.
Dat laat mooi zien dat echt leiderschap niet hetzelfde is als een leidinggevende functie.
Inclusief leiderschap betekent dat medewerkers met verschillende achtergronden, persoonlijkheden en perspectieven volwaardig kunnen bijdragen. De leidinggevende zorgt ervoor dat mensen worden gehoord en dat verschillen worden benut.
Een inclusieve leider:
Gelijkwaardig betekent overigens niet dat iedereen exact hetzelfde krijgt.
Een nieuwe medewerker heeft mogelijk meer begeleiding nodig. Een introverte specialist heeft misschien eerst tijd nodig om na te denken voordat hij zijn mening deelt.
Inclusie kan blijven steken in goede bedoelingen en keurige taal.
De echte vraag is:
Inclusief leiderschap wordt zichtbaar in beslissingen en dagelijks gedrag, niet alleen in een diversiteitsdocument.
Inclusief leiderschap vraagt vooral om niveau 4 en 5.
De leider maakt verbinding, krijgt verschillen productief en investeert in de groei van medewerkers. Niveau 4 blijft nodig om te voorkomen dat inclusie alleen een vriendelijk gesprek wordt zonder concrete verandering.
Laissez-faire leiderschap betekent dat medewerkers veel vrijheid krijgen en dat de leidinggevende zich weinig met het dagelijkse werk bemoeit.
Bij zeer ervaren, gemotiveerde professionals kan veel vrijheid goed werken. Zij weten wat zij moeten doen en hebben geen behoefte aan voortdurende aansturing.
Toch is laissez-faire leiderschap vaak geen bewuste stijl, maar afwezig leiderschap. De leidinggevende geeft nauwelijks richting, stelt onduidelijke prioriteiten, volgt afspraken niet op en is lastig bereikbaar als het spannend wordt. Dat is niet hetzelfde als vertrouwen.
Loslaten betekent:
Laten vallen betekent: “Jullie zijn professionals. Zoek het maar uit.”
Vrijheid zonder duidelijkheid is geen autonomie. Het is onduidelijkheid.
Een coachende leider (niveau 5) kan veel vrijheid geven, maar blijft betrokken bij richting, ontwikkeling en resultaten.
Laissez-faire leiderschap zonder contact of impact past niet bij een hoger leiderschapsniveau. Medewerkers ervaren dan vooral dat de leidinggevende er niet is.
Toxisch leiderschap is gedrag van een leidinggevende dat structureel schade veroorzaakt aan medewerkers, samenwerking en cultuur. Denk aan intimidatie, vernedering, manipulatie, voortrekken, onvoorspelbaarheid en het afschuiven van schuld.
Een toxische leider kan op korte termijn zelfs goede resultaten boeken. Medewerkers werken hard omdat zij bang zijn om fouten te maken of negatieve aandacht te krijgen.
Op langere termijn ontstaan vaak:
Narcistisch leiderschap is een vorm waarbij de leider sterk gericht is op eigen status, bewondering en succes.
De leider eigent zich resultaten toe, reageert gevoelig op kritiek en omringt zich graag met mensen die hem bevestigen.
Niet iedere zelfverzekerde of ambitieuze leidinggevende is narcistisch. Het gaat om een terugkerend patroon waarbij het eigen ego zwaarder weegt dan het team en de organisatie.
Toxisch gedrag kan voorkomen bij iemand met formele macht, kennis en zelfs zichtbare resultaten.
Maar medewerkers volgen zo iemand niet vanuit vertrouwen, ontwikkeling of inspiratie. Zij volgen uit angst, afhankelijkheid of eigenbelang.
Dat is precies waarom alleen naar resultaten kijken onvoldoende is om leiderschap te beoordelen.
Naast de beschreven stijlen bestaan nog veel meer termen:
De leidinggevende heeft aandacht voor de mens, relaties en het welzijn van medewerkers. Dit sluit vooral aan op niveau 3 en 5. Mensgerichtheid zonder duidelijkheid en resultaat kan echter doorslaan in gedoogbeleid.
De leider verbindt dagelijkse keuzes aan de langetermijnkoers van de organisatie. Dit past vooral bij niveau 4 tot en met 6: richting geven, impact realiseren en mensen verbinden aan een missie.
De leidinggevende zorgt dat medewerkers over de juiste middelen, informatie en beslissingsruimte beschikken. Dit heeft veel raakvlakken met dienend en coachend leiderschap.
Lean leiderschap richt zich op continu verbeteren, klantwaarde, leren en het oplossen van problemen bij de bron. De leider geeft niet steeds het antwoord, maar helpt medewerkers om processen zelf te onderzoeken en verbeteren.
De leidinggevende handelt vanuit duidelijke morele principes en weegt niet alleen af wat mogelijk of winstgevend is, maar ook wat eerlijk en verantwoord is.
Vitaal leiderschap gaat over het creëren van duurzame energie, belastbaarheid en gezond presteren. De leidinggevende bewaakt niet alleen resultaten, maar ook hoe die resultaten tot stand komen.
De leider kijkt niet alleen naar individuen, maar naar patronen, relaties en structuren binnen het grotere systeem. Problemen worden niet automatisch toegeschreven aan één medewerker, maar onderzocht in de totale omgeving.
Paradoxaal leiderschap betekent dat de leidinggevende schijnbare tegenstellingen leert combineren. Denk aan vrijheid én controle, mensgerichtheid én resultaatgerichtheid, stabiliteit én verandering.
Introvert leiderschap is geen aparte leiderschapsstijl, maar laat zien dat leiderschap niet afhankelijk is van extravert gedrag. Een rustige en bedachtzame leider kan uitstekend luisteren, analyseren en mensen meenemen.
Vrouwelijk leiderschap wordt vaak gekoppeld aan verbinding, empathie, samenwerking en intuïtie. Het gevaar is dat stereotypen worden bevestigd. Deze kwaliteiten zijn niet alleen vrouwelijk en daadkracht of strategisch denken is niet alleen mannelijk.
Leiderschap met ballen is geen wetenschappelijk leiderschapsmodel. Meestal wordt ermee bedoeld dat een leider moed toont, duidelijke keuzes maakt, grenzen stelt en verantwoordelijkheid neemt.
Dat gedrag hoort vooral bij niveau 4: de leider die daadwerkelijk impact realiseert.
Bij duaal leiderschap wordt de verantwoordelijkheid verdeeld over twee leiders, bijvoorbeeld een inhoudelijk en een organisatorisch leider. Dat kan goed werken als rollen en beslissingsbevoegdheden glashelder zijn.
Ja. Effectieve leidinggevenden combineren verschillende leiderschapsstijlen. Zij kunnen directief zijn wanneer veiligheid daarom vraagt, participatief bij een complex besluit en coachend wanneer een medewerker moet leren.
De stijlen sluiten elkaar niet uit.
Een leider kan tegelijkertijd:
De kunst is om voldoende leiderschapsgedrag te ontwikkelen en vervolgens bewust te bepalen wat een medewerker, team of situatie nodig heeft.
Flexibiliteit wordt ongeloofwaardig als je gedrag volledig afhankelijk lijkt van wie er voor je staat.
Tegen het hoger management ben je inspirerend en daadkrachtig. Bij je eigen team ben je moeilijk bereikbaar. Bij de ene medewerker tolereer je alles en bij een ander trek je direct een harde grens. Dat is eerder willekeur dan situationeel leiderschap.
De stijl kan verschillen. Jouw waarden, afspraken en basisgedrag moeten herkenbaar blijven.
Er bestaat niet één leiderschapsstijl die in iedere situatie het beste werkt. Een effectieve stijl past bij de taak, medewerker, context en gewenste ontwikkeling.
Toch zijn niet alle stijlen op lange termijn even krachtig. Een directieve of transactionele stijl kan snel duidelijkheid en resultaat opleveren. Voor zelfstandigheid, innovatie en ontwikkeling zijn meestal meer participatieve, coachende en inspirerende vormen nodig.
De beste stijl is ook niet automatisch de stijl die jij zelf het prettigst vindt.
Een inhoudelijk sterke leidinggevende vindt het misschien heerlijk om oplossingen te geven. Dat wil niet zeggen dat medewerkers daar beter van worden.
Een vriendelijke leidinggevende vindt verbinding belangrijk. Dat wil niet zeggen dat lastige gesprekken uitstellen goed is voor het team.
De relevante vraag is steeds:
Welk gedrag helpt deze medewerker en dit team om beter, zelfstandiger en energieker te worden?
De bekende leiderschapsstijlen beschrijven vooral een bepaald accent in het gedrag. De zes niveaus van leiderschap laten zien waarom medewerkers jou volgen en hoeveel positieve impact je hebt.
Binnen Per4mance onderscheiden we:
Iedere leidinggevende begint bij een nieuwe medewerker op niveau 1. Vervolgens beoordeelt de medewerker of de leidinggevende kennis heeft, verbinding maakt, resultaten boekt, vertrouwen geeft en inspireert.
Het effect op de directe medewerkers is uiteindelijk bepalend. Dezelfde leidinggevende kan daardoor door de ene medewerker als coachende leider worden gezien en door een andere medewerker vooral als kundige baas.
De niveaus stapelen zich op. Een inspirerende leider moet nog steeds duidelijk kunnen zijn. Een coachende leider moet voldoende kennis en daadkracht hebben. Een echte leider moet ook verbinding maken.

Figuur 1: De zes niveaus van leiderschap
| Leiderschapsstijl | Sterkste aansluiting |
| Directief leiderschap | Niveau 1 en 2 |
| Autoritair leiderschap | Niveau 1 |
| Transactioneel leiderschap | Niveau 1 en 2 |
| Democratisch leiderschap | Niveau 3 en 4 |
| Participatief leiderschap | Niveau 3 tot en met 5 |
| Verbindend leiderschap | Niveau 3 tot en met 5 |
| Dienend leiderschap | Niveau 5 |
| Coachend leiderschap | Niveau 5 |
| Transformationeel leiderschap | Niveau 6 |
| Inspirerend leiderschap | Niveau 6 |
| Strategisch leiderschap | Niveau 4 tot en met 6 |
| Inclusief leiderschap | Niveau 3 tot en met 5 |
| Gedeeld leiderschap | Niveau 4 en 5 |
| Situationeel leiderschap | Gedrag uit alle niveaus |
| Persoonlijk leiderschap | Voorwaarde voor alle niveaus |
| Authentiek leiderschap | Voorwaarde voor geloofwaardigheid |
Deze koppeling is niet bedoeld om stijlen in vaste hokjes te stoppen. Het helpt vooral om zichtbaar te maken welk effect een stijl kan hebben en welke ontwikkeling nog nodig is.
Lees verder: De 6 niveaus van leiderschap: waarom volgen medewerkers jou?
Je ontdekt jouw leiderschapsstijl door te kijken naar jouw gedrag wanneer het werk normaal verloopt én wanneer de druk stijgt.
Beantwoord de volgende vragen:
De antwoorden geven een eerste beeld. Wil je weten hoe die antwoorden zich verhouden tot concreet gedrag? Lees dan ook Wat is goed leiderschap? 8 concrete eigenschappen van een goede leider.
Maar pas op: leidinggevenden beoordelen hun eigen gedrag regelmatig iets te positief.
Betrek daarom juist ook je medewerkers:
Kies drie medewerkers die verschillen in ervaring, motivatie en zelfstandigheid.
Beantwoord per medewerker:
Maak daarna één concrete afspraak.
Bijvoorbeeld: “Bij de komende drie problemen geef ik niet direct mijn antwoord. Ik vraag je eerst om drie mogelijke oplossingen en jouw eigen voorkeur.”
Of: “De komende maand bespreken we iedere vrijdag kort de voortgang. Als het goed loopt, bouwen we het controlemoment daarna af.”
Zo wordt leiderschap geen verzameling mooie woorden, maar zichtbaar gedrag.
Ja. De meeste leidinggevenden combineren verschillende stijlen. Je kunt bijvoorbeeld authentiek, verbindend en coachend leidinggeven en in een crisissituatie tijdelijk directiever optreden.
Situationeel leiderschap is waardevol omdat je rekening houdt met de medewerker en situatie. Het wordt een probleem als je iedere vorm van controle rechtvaardigt met de uitspraak dat de situatie daarom vraagt.
Nee. Directief leiderschap is nuttig bij crisissituaties, veiligheidsrisico’s, onervaren medewerkers en ernstige overtredingen. Structureel directief sturen vermindert meestal de zelfstandigheid en motivatie.
Een dienende leider richt zich breed op het creëren van goede voorwaarden voor medewerkers. Een coachende leider richt zich specifiek op leren, zelfstandigheid en ontwikkeling. De stijlen hebben veel overlap.
Transactioneel leiderschap draait om duidelijke afspraken, prestaties en beloningen. Transformationeel leiderschap draait om inspiratie, verandering en een gezamenlijk toekomstbeeld.
Niet in de gebruikelijke betekenis. Persoonlijk leiderschap gaat over het leiden van jezelf en vormt een belangrijke basis voor iedere stijl waarmee je anderen aanstuurt.
Zelfsturende teams hebben vooral behoefte aan coachend, faciliterend en gedeeld leiderschap. Ook duidelijke kaders, doelen en verantwoordelijkheden blijven nodig. Zelfsturing betekent niet dat er geen leiderschap meer nodig is.
Nee. Authentiek gedrag kan nog steeds bot, chaotisch of ineffectief zijn. Authenticiteit moet worden gecombineerd met zelfinzicht en verantwoordelijkheid voor het effect op anderen.
Ja. Leiderschap is een vak dat je kunt ontwikkelen. Dat vraagt om inzicht in jouw gedrag, eerlijke feedback, oefenen en het consequent toepassen van nieuwe dagelijkse gewoontes.
Jij kiest jouw gedrag, maar medewerkers bepalen hoe zij dat gedrag ervaren. Daarom is feedback van directe medewerkers essentieel om een realistisch beeld te krijgen.
Wil je weten hoe medewerkers jouw leiderschap daadwerkelijk ervaren? Ontdek dit met de Leiderschapsanalyse van Per4mance.
Er bestaan veel leiderschapsstijlen. Uiteindelijk gaat het niet om de vraag welk mooi etiket jij op jouw leiderschap kunt plakken.Het gaat om wat medewerkers dagelijks ervaren van jouw manier van leidinggeven. Geef je richting? Maak je verbinding? Boek je resultaten? Help je medewerkers groeien?
En inspireer je hen om bij te dragen aan iets wat groter is dan hun eigen takenlijst?
Bij Per4mance helpen we leidinggevenden en organisaties om leiderschap praktisch, zichtbaar en meetbaar te ontwikkelen:
Over de auteur:
Marcel van Wiggen
Oprichter & Managing Partner van Per4mance
Marcel van Wiggen combineert 25 jaar managementervaring, van het leiden van kleine specialistische teams tot een business unit van meer dan 900 medewerkers, met een gedegen achtergrond in leiderschap en psychologie: een opleiding aan de TU Eindhoven, een MBA aan INSEAD, een NLP Master-opleiding en een opleiding tot Strategic Interventionist. Sinds 2010 adviseerde, coachte en trainde hij honderden organisaties en duizenden leidinggevenden en individuen om met minder moeite betere resultaten te boeken. Hij schreef vier bestsellers over leidinggeven, samenwerking, persoonlijke effectiviteit en cultuurontwikkeling. Zijn motto: “Haal er alles uit wat er in zit.” Meer over Marcel van Wiggen.